“Doe maar gewoon normaal, dan doe je al gek genoeg”, een vaak gehoorde uitspraak die me de laatste tijd steeds meer bezig is gaan houden. Want wat doe je wanneer iets wat voor de mensen om je heen geheel vanzelfsprekend is, voor jou persoonlijk niet goed of misschien zelfs ongezond voelt. Wat doe je wanneer je dolgraag gewoon erbij wilt horen, geaccepteerd, gerespecteerd en gewaardeerd wilt worden, maar dan wel op jouw eigen manier. Hoe kun je daadwerkelijk naar je lichaam leren luisteren, je hart en je eigen weg volgen, zonder je af te sluiten van de mensen om je heen en zonder steeds weer de strijd aan te moeten gaan. Met andere woorden: hoe kun je je eigen dans dansen, in de grote levensdans om je heen?

 

Dit waren een aantal vragen die steeds maar weer terugkwamen in mijn gedachten en terwijl mijn geest overuren maakte, op zoek naar het ‘hoe’ en het ‘waarom’, probeerde mijn lichaam de uitdagingen die op mijn pad kwamen te doorstaan.

Een grote verandering

Het is nu ongeveer tien maanden geleden, het moment waarop mijn hele leven op zijn grondvesten stond te schudden en een grote verandering doormaakte. Ik had besloten om het anti-kraak wonen achter me te laten en het ‘alleen’ leven in te ruilen voor het samenleven in een woongroep. Mijn verlangen naar wat meer zekerheid en het leven in een groep waren gegroeid en ik wist dat ik klaar was om een nieuwe weg in te slaan.

De omslag van het leven in mijn eentje in een eengezinswoning, naar het leven in een woonboerderij met zeven huisgenoten, was enorm groot. Zomaar elke ochtend mijn bed uitrollen, in mijn pyjama naar beneden lopen, vervolgens uitgebreid te worden begroet door mijn lieve kat, heerlijk op mijn bank een kop thee te drinken en uitgebreid geknuffeld te worden was er nu niet meer bij.

Een huisgenoot van me bleek helaas allergisch te zijn voor katten, waardoor ik weer eens besefte hoe belangrijk het is om los te durven laten in het leven, dat liefde niet te vangen is en ook dieren een eigen leven hebben. Ik voelde oprechte dankbaarheid dat ik deel uit mocht maken van het eerste half jaar van zijn avontuurlijke leventje en ik sprong een gat in de lucht toen mijn ouders mij vertelden dat zij de zorg voor hem wel wilden dragen. Nu kan ik hem in ieder geval nog een beetje in de gaten houden.

Het verlangen om erbij te horen

Terwijl ik de afgelopen jaren nadat ik het huis uit was op zoek ging naar mijn eigen patroon en ritme, kwam ik nu in een huis met zeven mensen waarvan de meesten al minstens een halve eeuw bezig waren hun levensvisie, patroon en ritme te verankeren. Ik bleek de jongste bewoonster te worden, in een huis met mensen tussen de 40 en 67 jaar oud. Vanaf het moment dat ik bij ze introk begon ik me in eerste instantie geheel vanzelf aan te passen, mee te eten met de gezamenlijke maaltijden en ging ik meer brood eten. Iets heel normaals zou je zeggen, dit was ook wat ik dacht. Op dat moment besefte ik alleen niet goed dat ik de jaren daarvoor voor mezelf al enigszins had ontdekt waar mijn lichaam goed – en minder goed op reageert. Ik was veel gaan wokken, veel soep gaan eten en ik at soms zelfs drie keer een warme maaltijd op een dag, in plaats van twee keer brood en één keer warm. Ik had de hulp van een acupuncturist ingeroepen voor wat voedingsadviezen en probeerde zo een fijn ritme te ontwikkelen. Toch riep er nu binnen in mij nu een stem hard om mijn aandacht, het was het verlangen om erbij te horen. Dit verlangen was zo sterk dat ik besloot om me gewoon maar een beetje aan te passen.

Een doodlopend zijspoor

Het leek alsof de geschiedenis zich begon te herhalen, alleen dit keer op een ander gebied van mijn leven. Langzamerhand begon mijn hele lichaam van slag te raken, mijn darmflora was uit balans, ik voelde me erg futloos en ik sliep niet erg goed. Terwijl het voor mijn omgeving leek alsof het toch best goed ging en ik goed meedraaide in de groep merkte ik zelf dat het toch echt niet de goede kant uit begon te gaan. In plaats van mijn aandacht naar binnen te richten en op zoek te gaan naar de werkelijke reden van deze onbalans, begon ik angstvallig mijn aandacht te vestigen op een therapeut buiten me. Ik besloot een dieet te gaan volgen, in de hoop dat ik me beter zou gaan voelen en dat de rust in mijn lichaam weer zou wederkeren. Wat ik hiermee stiekem (onbewust) hoopte te bereiken was dat ik alsnog zou kunnen meedraaien in het ritme van mijn huisgenoten, dat ik gewoon mee kon doen met de gezamenlijke dingen, dat ik niet zou opvallen en er helemaal bij zou horen. De weken die volgden begon ik echter juist steeds meer van mijn koers af te raken en leek ik op een doodlopend zijspoor terecht te zijn gekomen.

Uiteindelijk bereikte ik qua gezondheid geen grote vooruitgang met dit dieet, sterker nog, ik begon steeds meer het gevoel te krijgen de controle over mijn lichaam weer compleet te verliezen. Daarnaast begon eten op zich vooral een grote zoektocht te worden. Ik kreeg lijsten met voedingsmiddelen die ik beter even kon vermijden, deze lijsten waren echter zo lang dat ik me heel hard afvroeg wat ik dan in hemelsnaam nog wél zou kunnen eten. Mijn huisgenoten probeerden tijdens het koken zo goed mogelijk rekening te houden met de lijsten, maar ook voor hun was het even zoeken. Het meest frustrerende vond ik dat ik er echt geen touw aan kon vastknopen, het was steeds maar weer afwachten welke voedingsmiddelen er negatief uit de testen zouden komen. Ik voelde me totaal afhankelijk van de therapeut en haar meetapparaat en dat was natuurlijk niet de bedoeling. Dit alles bij elkaar begon een worsteling te worden waar ik langzaam genoeg van begon te krijgen.

Het (her)vinden van mijn eigen ritme

Ik besloot te stoppen met het dieet en terug te gaan naar de acupuncturist waar ik een tijd daarvoor was geweest. Dankzij hem realiseerde ik me weer hoe belangrijk het is om naar mijn lichaam te luisteren en kreeg ik weer het vertrouwen dat ik zelf als beste aan kan voelen wat goed voor me voelt en wat niet. Hij hielp me weer herinneren hoe belangrijk het voor me was om meer warm te gaan eten, om van mijn ontbijt en middag eten mijn warme hoofdmaaltijden te maken en mijn avondeten zo simpel en licht verteerbaar mogelijk te houden. Met andere woorden, te eten als een keizer in de morgen, een koning in de middag en een bedelaar in de avond. Opnieuw gooide ik mijn ritme om en besloot ik dit nu echt gedisciplineerd vol te gaan houden, hierbij lette ik er niet alleen op wát ik at, maar vooral wanneer op de dag ik dit deed. Al na een aantal dagen merkte ik een grote vooruitgang. Eindelijk begon ik weer beter te slapen, hoefde ik ’s nachts opeens na jaren niet meer naar de wc om te plassen en had ik ’s morgens voor het eerst sinds lange tijd weer zin om lekker te gaan ontbijten en de dag met nieuwe energie te beginnen.

Een tegengestelde beweging

Eind goed al goed.. zou je denken. Maar nu ik mijn ritme eindelijk te pakken had realiseerde ik me erg goed dat dit ritme wel enorm afweek van dat van mijn huisgenoten. Want terwijl zij ’s avonds hun warme hoofdmaaltijd aten, at ik deze juist ’s morgens. Ik had het dus precies omgedraaid en maakte een tegengestelde beweging, mijn avondeten stond gelijk aan hun ontbijt. Terwijl ik eindelijk weer het gevoel kreeg dat het daadwerkelijk goed met me ging, begonnen mijn huisgenoten ervan overtuigd te raken dat het toch echt niet goed met me ging en ik nu wel een hele rare weg in was geslagen. ‘Doe nu maar weer gewoon normaal’, was het duidelijke signaal dat ik van ze opving.

Op dat moment had ik net besloten om weer meer soep te gaan eten en had ik de tip gekregen om een grote hoeveelheid te maken en porties te verdelen over verschillende bakjes en deze in de koelkast te bewaren, zodat ik een voorraadje zou hebben. Er was alleen één probleempje, in onze gezamenlijke koelkast was niet zoveel ruimte voor het opslaan van zoveel bakjes soep. Al snel kwam ik op het idee om een klein koelkastje aan te schaffen en hier mijn voorraad met bakjes in te bewaren, dit zou meteen ruimte schelen in de gezamenlijke koelkast. Ik gooide mijn idee voor de aanschaf van een koelkast in de groep en vervolgens ontstond er een discussie.

Kritiek op mijn ritme

Terwijl we met ongeveer zeven mensen aan tafel zaten deelde iedereen zijn gedachten en mening. Ik kreeg de nodige vragen, waarom ik niet gewoon meedraaide met het ritme van het huis, in welke mate ik af begon te wijken van de rest van de groep en hoe ik daar mee om zou gaan. Eén van mijn huisgenoten begon zich serieus af te vragen in hoeverre dit nieuwe ritme nu eigenlijk gezond voor me was. In haar ogen begon het nu wel uit de hand te lopen, was voeding een obsessie voor me geworden en bedacht ze zich waarschijnlijk dat ik een eetstoornis had en was de aanschaf van een koelkast volgens haar een vervolg op het hele verhaal en begon het nu grotere vormen aan te nemen.

Ergens kon ik haar visie wel begrijpen, in de eerste weken zag ze me gewoon meedraaien in het ritme in huis, vervolgens zag ze me worstelen met een vreemd dieet en nu opeens zag ze me ontbijten met rijst, groenten en gebakken eieren of kip met appelmoes. Tegelijkertijd deed het me pijn om gezien te worden als het meisje met een eetstoornis, terwijl dat voor mij totaal niet zo voelde, nog nooit in mijn leven was ik bezig geweest met mijn gewicht of had ik mezelf te dik gevonden. De worsteling was juist ontstaan op het moment waarop ik mezelf tegen beter weten in begon aan te passen. Juist op dat moment begon het een probleem te worden, alleen wist ik niet goed hoe ik dit aan mijn huisgenoten duidelijk kon maken.

Storm aan gevoelens in mijn lichaam

De gevoelens die deze discussie bij me opwekte varieerde van verbazing, tot boosheid, wanhoop en verdriet. Ik was verbaasd omdat ik me zo goed begon te voelen en ik dacht dat gezondheid het allerbelangrijkst was. Ik dacht dat mijn huisgenoten blij voor me zouden zijn dat ik mijn ritme weer had gevonden en ik had er geen rekening mee gehouden dat het ze in verwarring zou brengen. Ik voelde boosheid omdat ik het idee kreeg haast te worden gedwongen in een ritme en een structuur waarin ik me niet prettig voelde. Ik voelde wanhoop omdat ik het gevoel kreeg dat er van me werd verwacht dat ik een soort verbinding aan zou gaan, ik was in een groepsproces terecht gekomen en daar kwamen bepaalde ‘regels’ en gewoontes bij kijken, maar het lukte me gewoon niet om deze te volgen zonder tegelijkertijd mijn eigen lichaam tegen te werken.

Het voelde alsof ik kon kiezen tussen mijn lichaam negeren en erbij horen óf naar mijn lichaam luisteren en buiten de boot vallen. Ik zou hoe dan ook tegenwerking krijgen, als het niet vanuit de buitenwereld zou zijn dan wel vanuit mijn binnenwereld.

Dit alles maakte me ontzettend verdrietig, want als er iets was wat ik op alle gebieden van mijn leven het allerliefste wilde, dan was het wel dat ik zo graag er helemaal bij wilde horen.

Doodeng vond ik het dus, om aan tafel te zitten met zes mensen die toch duidelijk een heel andere kijk bleken te hebben op mijn manier van leven. Om dan toch op een of andere manier duidelijk zien te maken hoe ik het voor me zie en hier ook ruimte voor te vragen bleek nog een hele uitdaging. Mijn hart begon te kloppen in mijn keel, mijn handen waren bezweet en ik moest erg mijn best doen om de juiste woorden te vinden. Ik probeerde duidelijk te maken dat dit ritme echt goed voelt voor me, dat het volgen van een dieet een zijspoor voor me was geweest en dat het niet mijn bedoeling is om me af te zonderen van de groep, maar dat mijn lichaam nou eenmaal op een andere manier functioneert.

Ruimte voor mijn ritme

Het heeft een tijdje geduurd voordat mijn huisgenoten gewend waren geraakt aan mijn ritme en ik tijdens de avondmaaltijd rustig aan tafel kon schuiven zonder me ongemakkelijk te voelen. Soms overvalt dit gevoel me nog steeds, vooral wanneer we bezoek hebben en zij toch even vreemd opkijken wanneer ik ’s avonds aan tafel een aantal rijstwafels of een bakje muesli eet en zij een bord spaghetti. Nog vreemder kijkt het bezoek wanneer zij mij zo’n zelfde bord spaghetti ’s morgens vroeg om 8:30 zien eten.

Toch is mijn lichaam nog steeds erg blij met dit ritme en dat is alles meer dan waard. Na jarenlang te hebben gevochten en mijn lichaam te hebben tegengewerkt wil ik nu alleen nog maar met haar samenwerken en luisteren naar wat goed voor haar voelt, zelfs als het betekent dat ik hierdoor meer weerstand en vragen uit mijn omgeving zal krijgen.

Uiteindelijk is die koelkast er niet gekomen, omdat ik me eerst wil gaan verdiepen in de mogelijkheden om te gaan wecken, dit lijkt me uiteindelijk een mooie mogelijkheid om meer tijd te besparen. Mijn huisgenoten zien inmiddels wel dat dit ritme goed voor me werkt. Soms moet ik nog wel even lachen wanneer ik een opmerking krijg als “wauw wat goed Willemein, dat je dit nog steeds zo volhoudt om weer steeds voor jezelf te koken” maar voor mij is het geen kwestie meer van volhouden. Aan het begin was het even omschakelen maar inmiddels is het gewoon het klaarmaken van mijn ontbijt of lunch, net zoals iemand anders ’s avonds uitgebreid staat te koken en ik even snel iets licht verteerbaars kan pakken.

Rode draad in mijn leven

Het zijn grote lessen die ik hier en nu leer, en toch zijn ze zo bekend.. want zijn het niet precies dezelfde lessen die ik jarenlang op een ander gebied van mijn leven voorgeschoteld kreeg? Heb ik niet jarenlang allerlei scholen doorlopen, mezelf en mijn gezondheid totaal voorbij gelopen, omdat ik er zo graag bij wilde horen, omdat ik zo graag geaccepteerd wilde worden. En terwijl ik van mijn omgeving de goedkeuring dacht te krijgen, bleek ik mijn lichaam niet voor de gek te kunnen houden, zij wist dat het niet mijn weg was, dat ik niet werkelijk gelukkig was, zij was degene die me ervan weerhield om een weg te bewandelen die niet de mijne was. En opnieuw is het mijn lichaam, dat zegt dat het ritme van mijn huisgenoten niet de mijne is, en hoe meer ik mijn lichaam volg hoe meer vragen en weerstand ik van mijn omgeving krijg.

Maar is het dan nooit gewoon eens goed? Vraag ik mezelf regelmatig in stilte af.. kan ik niet gewoon op een plek leven waar het heel normaal is dat ik leef zoals ik leef, dat ik mijn gang kan gaan zonder uitleg te hoeven geven. En dan besef ik weer hoeveel ik leer in deze fase van mijn leven, hoe de weerstand me helpt om een kracht in mezelf aan te boren. Het is deze kracht die binnen in mij omhoog borrelt, als een pan die bijna overkookt. “Tot hier en niet verder, nu is het genoeg, laat mij potverdikkie mijn weg gaan! Het maakt me niet uit hoeveel commentaar jullie hebben op de manier waarop ik leef, dit voelt goed voor mij en dit is hoe ik het ga doen, punt uit!”

Maar het leuke van het wonen in een woongroep – en überhaupt van het leven als mens – is dat het nooit zomaar punt uit is, want we leven samen met elkaar, en wanneer je kiest om je in een groep te mengen dan ga je niet zomaar je eigen dingen doen en je afzonderen, dat is namelijk niet de insteek waarmee je erin stapt.

Wonderlijk proces

Ik maak nu eenmaal een heel andere beweging dan mijn huisgenoten. Ik heb een ander ritme ontwikkeld, een iets andere leefwijze en ook mijn leeftijd wijkt wat af. Maar wat we delen is dat we open en respectvol met elkaar omgaan, dat we elkaar de ruimte geven om onszelf te zijn en met elkaar in verbinding staan. En is dat ook niet waar het werkelijk om gaat in het leven? Niet zomaar met de grote meute meelopen, maar voelen wat werkelijk goed voor je voelt, leven zoals je werkelijk voelt te willen leven, maar wel vanuit respect voor – en in verbinding met je omgeving.

Een wonderlijk proces dus om vast te houden aan mijn eigen ritme en mijn gezondheid, en dit op een krachtige maar toch zachte manier over te brengen op mijn omgeving, om hier aandacht en ruimte voor te vragen en om vervolgens te kijken hoe ik mijn eigen bewegingen soms weer een beetje kan aanpassen aan de groep. Zo kunnen we in harmonie samen leven op een manier waarop iedereen zich prettig voelt. Een grote les waar ik de rest van mijn leven nog heel vaak de vruchten van zal mogen plukken.

Zo worden de mensen om mij heen steeds meer wijze leraren die mij prikkelen om achter mijn eigen waarheid te gaan staan, want het zeggen is één, maar het vervolgens ook belichamen, zelfs als je tegengas krijgt, is nog iets heel anders..

Zo leer ik om mijn eigen dans te dansen in de grote levensdans om mij heen, in dezelfde ruimte, op dezelfde muziek, maar in mijn eigen tempo, in mijn eigen ritme en op mijn geheel eigen manier.

En weet je wat? Ik begin er steeds meer plezier in te krijgen!

©Willemein Hofland

 

Lees ook:

 

 

Bron: Nieuwetijdskind

{fcomment id=2793}

Website en/of domeinnaam united-lightworkers.be te koop. Meer info

enfrdees