Mexicaanse archeologen hebben nabij de ruïnes van Chichén Itzá diverse 1200 jaar oude begraafplaatsen uit het Maya-tijdperk blootgelegd. Volgens archeoloog Marisa Carrillo is de vondst belangrijk omdat ze wijzen op het bestaan van een grote nederzetting en een periode van bewoning. “Het interessante aan deze begraafplaatsen is dat er offers zijn gevonden die een periode van bewoning markeren,” zei Carrillo. “Ieder graf bevatte twee, drie of vier offers en soms werden ze geïmporteerd uit andere gebieden.” Het lijkt erop dat een grote Maya-populatie een gebied op ongeveer 20 kilometer buiten de oude hoofdstad bewoonde, aldus het Mexicaanse Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH) in een nieuwsbericht.

 

Archeoloog José Osorio wees erop dat de bewoners wellicht ooit in de grotere steden hebben gewoond. De Maya’s behoorden tot één van de grootste beschavingen van Meso-Amerika en bouwden steden met ceremoniële centra en stenen piramides die zijn terug te vinden in Honduras, Mexico, Guatemala en El Salvador.

Hoewel de Maya’s het gebied 2000 jaar lang domineerden, werden de stedelijke centra van de oude beschaving rond 900 na Christus plotseling om onbekende redenen verlaten.


Video

 

 

Bron: Niburu

 

Website en/of domeinnaam united-lightworkers.be te koop. Meer info

enfrdees